SO-IL: Florian Idenburg en Jing Liu
Zoveel mogelijk perspectieven
Het werk van de Nederlandse architect Florian Idenburg en zijn Chinese partner Jing Liu is toonaangevend in New York. Het architectenpaar richtte daar in 2008 SO-IL op, Solid Objectives Idenburg Liu. Hun veelbekroonde bureau benadrukt licht en openheid, experimenteert met materialen, is voorstander van collectieve ruimtes en bouwt musea, galerieën, kunstcampussen, installaties en vernieuwende woongebouwen.
Ook in ons land staat nu een creatie van SO-IL: kantoorpand Cube House op de Amsterdamse Zuidas, het eerste gebouw van Idenburg in Nederland. Dat is niet de enige primeur. Het is ook de eerste toren op de Zuidas met een houten draagconstructie van duurzaam gekapt hout. Cube House is een nieuw hoofdstuk voor de identiteit van de buurt, zegt SO-IL. “Een ijkpunt voor toekomstgerichte, gezonde en duurzame bedrijfsarchitectuur”.
Cube House (2025) omvat een oppervlakte van 16.000m2 over dertien verdiepingen en is gebouwd op een bestaande parkeergarage op perceel De Boog. Het heeft een openbare ruimte op de begane grond en een voor het publiek toegankelijk dakterras, voor een ‘poreuze relatie’ met de stad. En er is een ‘schubbenhuid’: een dubbele gevel van glas- en zonnepanelen. Voor een groot deel wordt voorzien in eigen energiebehoeften. Regenwater wordt geoogst, grijs afvalwater hergebruikt, en er zijn een soort serres tussen de schubben en glazen gevel, ‘ademruimtes’ voor het kantoorpersoneel. Deze bufferzones dragen ook bij aan de weerstand van het gebouw tegen extreme weersomstandigheden.
De architecten laten zich niet vastpinnen op een vast ontwerp. Onderzoeken, experimenteren en ontdekken is het doel, en het genereren van nieuwe kennis. “Ons werk stelt vragen over bestaande normen en verkent nieuwe materialen, technieken en ruimtelijke mogelijkheden voor een meer verbonden en veerkrachtiger wereld”. Het resultaat kan een knalroze woonflat zijn, of gevelbekleding met metalen netten, als een voile.
New York kreeg van Idenburg en Liu vorig jaar een roze flatgebouw aan de VanderBilt Avenue in Brooklyn, met openheid, publieke ruimte, dakterrassen en binnentuinen. Het complex staat op een kruispunt van stadshuizen en winkelpanden en de vorm is daarop afgestemd: aan één kant aflopend naar de lagere woonhuizen, hoger aan de kant van de winkelpanden waarboven appartementen zitten. “Als een op maat gemaakt architecturaal onderdeel van New Yorks diverse woninglandschap”.
In Brooklyn staan van SO-IL nog drie andere wooncomplexen: aan 450 Warren Street, 9 Chapel Street en 450 Union Street. Het zijn panden met huur- en koopwoningen, ook met sociale huur. Voor contact met de buurt en de buren hebben de ontwerpers aan de binnenkant van 450 Warren Street een spectaculaire transparante oplossing verzonnen: ze hebben muren vervangen door netten. Leven is zichtbaar. Thuiskomen is daardoor prettiger, is de achterliggende gedachte, je voelt je meer verbonden met je omgeving.
Bewoners krijgen van SO-IL ook meer algemene ruimte door een royalere Floor Area Ratio (FAR) dan normaal. Meer ruimte dus voor algemeen gebruik, in plaats van verkoopbaar privé-oppervlak. Daar moest het bureau in het beginstadium wel voor vechten bij de financierders, zei Idenburg tijdens een college [GT School of Architecture, 2025]. “Er werd gezegd: dat lukt je nooit. Maar we bouwden het toch en alle units waren meteen verkocht.
Als je laat zien dat er vraag is kun je daarna grotere stappen zetten”.
Een doos met een gang
SO-IL bouwt in Brooklyn nu in elk nieuw project meer woningen. En ze verspringen, in tegenstelling tot de bouwtradities in New York. De stad is duur en heeft talloze bouwregels. Florian Idenburg wijst op standaard woningbouwontwerp in de Amerikaanse wereldstad: een doos met een lift in het midden, gangen aan weerskanten als in een hotel, alle kamers identiek, met een raam aan één kant. In 450 Warren Street zijn drie binnenplaatsen en elk appartement heeft ramen in drie richtingen. “In al onze bouwplannen verspringen de units of draaien ze ten opzichte van elkaar. Daardoor veranderen de omstandigheden in het totaal”. [Ribaj, maart 2026] “Ze doen het makkelijk lijken,” zegt kunstmagazine Brooklyn Rail over Idenburg en Liu. “Maar ze doen iets wat moeilijk is – New York helpen van gedachten te veranderen”. Ook op het gebied van wat een appartementengebouw precies moet omvatten. SO-IL is het er niet mee eens dat er allerlei extra voorzieningen in een woongebouw moeten zijn om het aantrekkelijker te maken voor de verkoop. Bioscoop, sportzaal, hondenspa exclusief voor de bewoners: niet doen. “Dit doet af aan de stadsstructuur. Wij zien de stad als de voorziening.”
Meer gedeelde ruimte, en compactere privéruimte: dat is voor SO-IL ook de toekomst in een wereld met woninggebrek. “Grotere huizen worden gezien als luxer. Ik denk dat dat denkbeeld moet worden aangevochten. Je kunt goed design compacter maken, niet als een compromis maar als een kwaliteit […]. En je hebt ook niet elke dag een gigantische keuken nodig.” [Frame Views 2023].
Mexico
Vóór de bouw in Brooklyn was SO-IL betrokken bij sociale woningbouw voor migrantenwerkers in Mexico (Las Americas Housing Complex, Léon, 2021), met zestig woningen in een acht-vorm rondom twee binnenplaatsen. Er werden goedkope betonblokken gemaakt door ambachtslieden ter plekke, zodat de plaatselijke economie er ook iets aan had. Voor mechanische ventilatie was geen geld, maar door het type klimaat konden de architecten binnenplaatsen gebruiken voor ventilatie en luchtcirculatie. “Een heel andere realiteit dan New York. Maar het liet ons zien hoe je een gebouw maakt dat echt ademt, inspireert en een soort sociale machine wordt.” [Brooklyn Rail in 2025].
Op de vier wooncomplexen in Brooklyn komen architectuurtoeristen af. De opdracht kwam van projectontwikkelaar Tankhouse, die had gezien wat SO-IL deed, en oog had voor architectuur: een van de oprichters had gewerkt bij de vooraanstaande Britse architect Foster.
Florian Idenburg en Jing Liu wonen met hun gezin zelf in Brooklyn en hebben daar ook hun gloednieuwe kantoor. Florian Idenburg werd in 1975 in Haarlem geboren en studeerde bouwkunde in Delft in de jaren 1990. Het was de tijd waarin Rem Koolhaas beroemd was geworden met zijn Kunsthal. Koolhaas zag toekomst in de Aziatische metropool: een voorbeeld voor Florian Idenburg. Hij vertrok in 2000 voor zeven jaar naar Tokyo om te werken voor het beroemde Japanse architectenbureau Sanaa.
Jing Liu liep hier stage. Zij werd in 1980 geboren in Nanjing en studeerde architectuur in New Orleans. Ze ontmoetten elkaar in 2001 in Tokyo, een jaar later opnieuw in New York, toen Idenburg werkte aan het New Museum-project in Lower Manhattan. Liu werkte bij de Amerikaanse architect Thomas Leeser.
Allebei buitenstaander
In New York richtten ze in 2008 SO-IL op. Idenburg en Liu stonden niet te springen zich te vestigen in hun eigen land. In New York waren ze allebei buitenstaander: dat was voor hen meer in balans. En die keus lag in het verlengde van hun internationale achtergrond. “We hadden op zoveel plaatsen gewoond, gestudeerd en gewerkt, en we waren flexibel en stonden open binnen diverse systemen te werken.”
De internationale blik werd een kern: het bureau werkt op veel plaatsen en probeert per locatie te begrijpen welke sociale, materiële en stedelijke systemen daar spelen. Idenburg leerde ook vroeg dat er verschillende waarheden kunnen zijn binnen architectuur. Tijdens colleges houdt hij studenten voor: “In mijn studietijd gaf het boek Super Dutch aan dat Nederland de waarheid in pacht had, en ik dacht er door alles te weten wat ik moest weten. Maar toen ik naar Tokyo ging werd alles er totaal anders gedaan, echt tegenovergesteld. Maar het werkte óók, en soms beter, en soms levert dat iets heel anders op. Ik realiseerde vroeg dat er veel manieren zijn om de wereld te begrijpen en te ervaren, en dat je dat kunt versterken door zoveel mogelijk perspectieven in je denkwijze mee te nemen”.
Sleutelmoment
Florian Idenburg en Jing Liu kregen snel bekendheid door hun innovatieve ideeën. In 2010 wonnen ze het Young Architects Program MoMA PS1, met hun interactieve installatie Pole Dance, met netten op palen in een binnenplaats, uitnodigend tot spel. Dit was voor de jonge architecten een sleutelmoment dat de richting aangaf: improviserend werken, meerzijdigheid, ruimtes maken die uitnodigen.
Meer projecten volgden. Een ontwerp voor de eerste Frieze Art Fair (2012) in New York: een enorme tent als tijdelijke tentoonstellingsruimte, met een soort uitwaaierende plooirok als entree. Idenburg zegt dat zijn bureau bij elk project zoekt naar een unieke expressie in vorm en materiaal. De Kukje Gallery in Seoel, Zuid-Korea (2012) werd door de architecten bekleed met een roestvrij stalen maliënnet, van een half miljoen aaneengeschakelde ringen: als een sluier die je twee keer – en nog vaker – doet kijken.
Dit was weer een experiment in hoe materiaal zich gedraagt. “Een totaal andere ruimtelijke ervaring”, zegt Jing Liu. Vervaging van grenzen tussen gebouw, publieke ruimte en omgeving. Dat principe werd ook ingezet bij het Manetti Shrem Art Museum in Californië (2016). Daar bedachten de architecten een Grand Canopy: een groot dak dat lucht en licht doorlaat, weer spelend met die grens tussen binnen en buiten. Het duurzame gebouw is bekroond met een ‘LEED Platinum’ award, en is het eerste museum van een Nederlandse architect in de Verenigde Staten.
Buitenkant speelt eveneens een grote rol bij het K11 Art and Cultural Center in Hong Kong (2020). Daar plaatsten de architecten 475 glazen buizen tegen de gevel, van negen meter hoog met een meter doorsnee, elk twee ton wegend. Een monumentale gevel, transparant. In 2022 volgde de renovatie en uitbreiding van Site Verrier, een historische glasfabriek in Meisenthal in de Franse Vogezen. In de landelijke omgeving golft nu een betonnen dak dat drie culturele instituten verbindt die ook onderling met elkaar te maken hebben.
Gebreide tunnel
Voor de Triënnale van Brugge, voor hedendaagse kunst en architectuur, fabriceerde SO-IL nog een net: Common Thread (2024) in 3D textiel voor een soort tunnel door een binnenplaats van een klooster in Brugge. Het materiaal refereerde aan de kant-industrie van de stad. TU Delft hielp bij het verkennen van de geometrische mogelijkheden met innovatieve fabricatietechnieken. Er kwam ook een 3D breimachine aan te pas. Voor de Biennale in Venetië werd ook gebreid aan Necto (2025), een hangend membraam van natuurlijke vezels: een ruimtelijke lichtgewicht installatie die makkelijk is in te pakken en elders toe te passen, en aan te passen aan andere ruimten en wensen van conservatoren.
Met de installatie Breathe in Milaan (2017) experimenteerde SO-IL tien jaar geleden al met op metalen frames gespannen weefsel, voor creatie van woonruimte op ongebruikte terreinen. Maar ook met hout wordt lichtheid en licht toegelaten. Voor Chatham, New York, is een ontwerp met opengewerkt lattenwerk in een konisch dak boven vijf expositieruimtes in de nieuwe Art Omi Paviljoens bij de Hudson Vallei. Samenwerken met de kunstwereld, zeggen de architecten, verbreedt hun perspectief alleen maar en verrijkt hun architectuur.
SO-IL heeft nu zestien werknemers. Florian Idenburg en Jing Liu blijven nauw betrokken bij ontwerp en uitvoering van elk project. Ze doceren aan vooraanstaande instituten en investeren tijd in research voor “dynamische uitwisseling tussen theorie en praktijk”. Om nieuwsgierig en kritisch te blijven, en vooruit te blijven kijken.
Info:










